• Les op Nienke van Hichtumschool, 1931

12/06/20

Met andere ogen kijken naar de drie kleuterscholen van Dudok in Hilversum

Nelly Bodenheimschool (1929), nu IPS Hilversum
Catharina van Rennesschool (1925-’27), nu onderdeel Fabritiusschool
Nienke van Hichtumschool (1930), nu Kindergarden opvang

Opvallende architectuur en detaillering

Alle schoolgebouwen die Dudok als architect en directeur Publieke Werken voor het snelgroeiende Hilversum tijdens het interbellum ontwierp, zijn bijzonder. Ze zijn prachtig ingepast in de woonwijken, vormen daarvan vaak letterlijk het hoogtepunt en ze voldoen ruimschoots aan de wettelijke eisen van  destijds ten aanzien van gezondheid en veiligheid. Maar Dudoks drie kleuterscholen vallen het meest op door hun architectuur en detaillering. Ze hebben grote raampartijen, vrolijke kleuren, veranda’s tussenlokalen en speelplaats, een tuin, kindvriendelijke entrees met lage muurtjes zonder scherpe hoeken en tot de verbeelding sprekende torentjes. Het zijn geen gesloten ‘bewaarscholen’, maar naar alle kanten ‘open’ gebouwen. Ze zijn laag, want kinderen zijn klein en kunnen nog niet veilig zelf een trap beklimmen. Alle onderdelen zijn aan de maat van het kind aangepast: muurtjes en vensterbanken waarop je ook kunt zitten, lage ramen, lichte houten tafeltjes en stoeltjes die ze zelf naar de ‘huppelveranda’s’ konden sjouwen om daar in de buitenlucht te werken, beschermd tegen regen en felle zon door een luifel of overstek.

Toepasselijke namen

De drie kleuterscholen zijn naar vrouwen genoemd: kunstenares en illustratrice Nelly Bodenheim, zangeres, pianiste en zangpedagoge Catharina van Rennes en kinderboekenschrijfster Nienke van Hichtum. Ze  werkten vaak samen in redacties van kindertijdschriften, door het maken van kinderboeken met humoristische en esthetisch verantwoorde illustraties, gedichtjes op ritmische muziek te zetten en klaviersprookjes te ontwikkelen. Catharina van Rennes opende de eerste kindermuziekschool in Hilversum; het bekende liedje ‘klein, klein kleutertje’ is van haar hand. Dudoks kleuterscholen getuigen ook in vormgeving van moderne opvoedkundige idealen. Het zijn geen ‘bewaarscholen,’ maar ‘kinderhuizen’ of ‘kindertuinen’, waar het jonge kind al spelend zichzelf kan ontwikkelen, zo zelfstandig en breed mogelijk, geestelijk en fysiek. Waar de juf vanzelfsprekend aanwezig is, zoals een moeder thuis.

Geen monumentaliteit

De grote openslaande deuren naar de ‘huppelveranda’ wijzen daarop, evenals de smalle deurraampjes op háár ooghoogte. Monumentaliteit ontbreekt bij de kleuterscholen: geen indrukwekkende façades, glas-in-loodvensters, zwaar aangezette entrees. De enige verdieping ligt boven de entree, waar het schoolhoofd vanuit een raam de kinderen kan zien aankomen. De Nelly Bodenheimschool is net een kinderboerderij met lage doorlopende daken en vriendelijk rond raam, de toren van de Catharina van Rennesschool lijkt uit een sprookjesboek te zijn weggelopen en die van de Nienke van Hichtumschool is een duiventil.

Het bekijken waard

Pas in 1950 viel kleuteronderwijs onder de schoolwet; gebouw, leermiddelen en leerkrachten werden ten tijde van Dudok dus niet door de rijksoverheid gesubsidieerd. Maar de gemeente Hilversum leverde wel de grond en de architect met zijn ontwerp; voor leermiddelen en leerkracht betaalden de ouders schoolgeld. Dudoks kleuterscholen zijn het bekijken waard en er spelen en leren nog steeds jonge kinderen!

Bekijk de scholen online, samen met architectuurhistoricus Irmgard van Koningsbruggen, schrijfster van dit artikel

Irmgard van Koningsbruggen
juni 2020