Als gevolg van het gebruik bij verschillende kabinetsformaties is Landgoed De Zwaluwenberg in recente tijden zonder twijfel een van de meest besproken plekken in Hilversum. De geschiedenis van deze goed verstopte parel gaat terug tot de negentiende eeuw. Toen diende het als buitenplaats van een Amsterdamse effectenhandelaar.
In 1912 kwam het landgoed in handen van de jonkheer Ernest de Pesters, directeur van de Amstelbrouwerij. De Pesters liet midden op het landgoed een villa bouwen. Hoewel de uitvoering plaatsvond onder leiding van de Huizense architect Foeke Kuipers (1871-1954) was het ontwerp van de Britste architect Ernest Newton (1856-1922). Deze had in 1897 een landhuis gebouwd in het Engelse Wokingham. Villa De Zwaluwenberg werd hier een exacte kopie van. De enorme erkers, de geprofileerde schoorstenen en het gebruik van rode bakstenen zijn typische elementen voor de Engelse landhuisstijl aan het einde van de negentiende eeuw.
De tuin werd aangelegd door de Hilversumse tuinarchitect Baren van den Steenhoven (1880-1959). Ten zuiden van de villa schiep hij een fraaie, geometrisch aangelegde tuin met vijver, rustbanken en een prieel. In 1951 kocht de Nederlandse staat het landgoed en vestigde er de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, een functie die als eerste door Prins Bernhard werd vervuld. Tot op heden is het landgoed in gebruik bij de krijgsmacht.
Bekijk hier de andere edities van Dudok Architectuur Centrum belicht
Artikel Hilversums Nieuws d.d. 26-2-2026