Dudok Architectuur Centrum, Hilversum

NIEUWS | 28/01/2017

De invloed van monumenten op het centrum van Hilversum

Het eerste Stadsgesprek in Hilversum

Donderdagavond 19 januari vond in de Burgerzaal van het Raadhuis het eerste Stadsgesprek in Hilversum plaats. Met vier sprekers en een publiek van ongeveer zestig man werd er gesproken over de identiteit van het Hilversumse centrum. De aanleiding voor dit eerste stadsgesprek was het voornemen om 65 nieuwe gemeentelijke monumenten aan te wijzen in het centrum van Hilversum. De uitkomst van het gesprek is dat er in ieder geval veel potentie is, met de aangewezen monumenten en ideeën om deze identiteit te versterken.

De beleving van het centrum

Suzanne Mulder, bestuursvoorzitter van het Dudok Architectuurcentrum, heette iedereen welkom en lichtte nog even kort de intentie van het DAC toe bij de organisatie van deze stadsgesprekken: het heden en verleden met elkaar verbinden door actuele kwesties op gebied van architectuur en erfgoed aan te kaarten. Annette Koenders, senior beleidsadviseur cultureel erfgoed bij de gemeente Hilversum, was medeorganisator en tegelijkertijd de eerste spreker. Ze stelde niet alleen de vraag wat identiteit precies betekent, maar stelde ook andere vragen die voor de beleving van het centrum belangrijk zijn. Wanneer kan je je bijvoorbeeld goed oriënteren in een stad, en wanneer voel je je veilig. Vervolgens gaf ze voorbeelden van de panden, die de ontwikkelingsgeschiedenis van Hilversum en het gebruik van het centrum illustreren. Dat zijn onder andere woon/winkelpanden waarvan de architectuur en het oorspronkelijk ontwerp op de begane grond nauwelijks meer te beleven zijn, door grote reclameborden of andere aanpassingen. Ook spreekt ze van verdringing: verschillende tijdlagen die geen verbinding met elkaar aangaan maar een rommelig geheel vormen.

Een theoretisch perspectief op de beschermingskwestie van cultureel erfgoed werd vertolkt door adviseur omgevingskwaliteit Frank van Unen. Hij vertelde over zijn visie op ontwikkelingsgerichte bescherming: een manier van beschermen waarbij het niet gaat om behoud van het materiële object maar om het verhaal van het gebouw en de gebruikersgeschiedenis. Op die manier ontstaat er meer ruimte voor transformatie en nieuwe ingrepen. De Hilversumse situatie – waarbij de gelaagde geschiedenis tot uitdrukking komt – leent zich bij uitstek voor deze manier van beschermen.

Cultureel erfgoed en monumenten

Landschapsarchitect Frank Meijer sprak over gebouwen als gezichten, die je niet moet bedekken met een overdaad aan ‘cosmetica’. Haal deze laag eraf en ‘zie het gezicht weer’. Hij vertegenwoordigde het ontwerpersperspectief en gaf voorbeelden van projecten waarbij zijn bureau MTD met een vergelijkbare uitdaging te maken had als in het centrum van Hilversum: waar cultureel erfgoed en monumenten geïntegreerd werden in nieuwe ruimtelijke opgaven. Dit was bijvoorbeeld het geval in Den Bosch, bij het ontwerpen van een grote parkeergarage op de plek van de vestingwallen. Ze ontwierpen een plek waar de geschiedenis tot de verbeelding spreekt en de vestingwal onderdeel wordt van de dagelijkse beleving. Ook in het Museumkwartier brachten ze een aantal monumentale panden opnieuw in verbinding met elkaar en met de stad door een colonnade te ontwerpen die onderdeel is van het stedelijk weefsel en openbaar toegankelijk. In Hilversum ligt volgens Meijer de uitdaging in het opereren op verschillende schaalniveaus, waarbij je op het hoogste niveau moet bekijken waarom de oriëntatie in het centrum zo lastig is.

Het Gooi staat bekend om zijn eigenwijsheid

Rixt Zijlstra begon de discussie door te vragen naar wat er zo specifiek is aan de Hilversumse identiteit, waarop geantwoord werd door Annette Koenders dat de pioniersgeest daarbij vooral belangrijk is. Het Gooi staat bekend om zijn eigenwijsheid en een voordeel daarvan is dat er telkens nieuwe dingen en ideeën opkomen, maar een nadeel is ook dat men zich snel afkeert van het bestaande. Tamar Frank gaf vervolgens de laatste presentatie van de avond en ging in op haar werk als lichtkunstenares, waarbij ze de betekenissen van een gebouw of plek naar voren laat komen. Zo heeft ze in Cascais een werk gemaakt dat de locatie van het eerste elektrisch licht in Portugal illustreert. Vanaf de verdedigingstoren van de citadel spande ze nylon draden die wanneer ze verlicht zijn als een soort baken of vuurtoren oplichten. In Hilversum ligt volgens haar een uitdaging om de uitstraling van Hilversum mediastad te benadrukken. Dit zou onder andere gerealiseerd kunnen worden door de organisatie van een lichtfestival, waarbij de nieuwe gemeentelijke monumenten en de geschiedenis van het centrum worden uitgelicht. Hoewel dit een interessant idee is werd er nog benadrukt dat ‘licht’ niet de enige manier is om verbinding en identificatie te bewerkstelligen, maar dat de kwestie van identiteit in het centrum een bredere aanpak vereist.